Door Fenneke van Hasselt , Psychiater
Fenneke van Hasselt is psychiater in het ASz. Zij houdt zich bezig met patiëntenzorg en onderzoek.
Geen tijd? Lees dan in ieder geval dit.
Depressie komt vaker voor bij patiënten met T2D dan bij de algemene bevolking. Het verschil in prevalentie is duidelijk verschillend op basis van waar ter wereld je woont, en dus waar je je zorg krijgt.
Hoeveel vaker depressie bij patiënten met T2D voorkomt is door verschillende meetmethoden niet precies te zeggen. De gemeten prevalentie loopt uiteen van ongeveer 9 tot 60%.
Hoewel de precieze definitie van depressie kan verschillen, is het in ieder geval duidelijk dat patiënten met T2D vaker psychische klachten hebben die hun leven (sterk) negatief beïnvloeden. Bovendien kan het hebben van depressie de uitdagingen bij de behandeling van T2D verergeren.
Depressie en type 2 diabetes (T2D) komen vaak samen voor, waarbij de ene ziekte de andere negatief beïnvloedt. Hoeveel vaker komt dit voor en welke factoren spelen hierin mee? En wat betekent dit voor de behandeling en begeleiding van patiënten?
Dit artikel is geïnspireerd op de meest recente publicatie van Fenneke van Hasselt, die ze schreef met onder andere Nora Wulandari: ‘The burden of depression among patients with T2D: An umbrella review of systematic reviews’. In de publicatie wordt de samenhang tussen depressie en T2D vanuit een breed wetenschappelijk perspectief in kaart gebracht.
Voor dit artikel hebben we aan Fenneke een aantal veelvoorkomende stellingen voorgelegd. In haar antwoorden geeft ze aan of het gaat om een mythe of realiteit. Ze licht haar antwoorden toe vanuit zowel klinische ervaring als wetenschappelijk inzicht.
Stelling 1: Depressie bij T2D komt zelden voor
Mythe
De spreiding in de prevalentie van depressie bij T2D ligt tussen 8,9 en 61%. Zelfs als je van de laagste prevalentie (8,9%) uitgaat is dit duidelijk hoger dan de 3,76% die in de Global Burden of Disease-studie werd gevonden in de algemene bevolking.
We baseren ons hierbij op gegevens van 649 unieke studies die samengevoegd zijn. Je kan in ieder geval stellen, dat depressie vaker voorkomt bij patiënten met T2D dan bij de algemene bevolking.
Stelling 2: De prevalentie van depressie bij T2D is wereldwijd verschillend
Realiteit
De studies zijn ingedeeld op basis van de regio waar ze uitgevoerd zijn. Dit gebeurde volgens de indeling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO):
Year of Publication Europa, de Amerika’s, Afrika, Zuid-Oost Azië, Oostelijk mediterraan en Westelijk pacifisch. Er was een significant verschil tussen deze regio’s. Er is een hogere prevalentie van depressie bij T2D in de Oostelijke mediterrane regio, Afrika en Zuidoost Azië vergeleken met de Amerika’s. In de onderstaande bubbelplot is de spreiding in de verschillende regio’s te zien. Een mogelijke verklaring voor de spreiding, zijn de grote verschillen in aanwezigheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van (psychische) zorg.

3: Verschillende depressiemeetmethoden zijn onderling goed vergelijkbaar
Mythe
Hoewel elke studie depressie bij T2D heeft proberen vast te stellen, is het onderling niet altijd goed vergelijkbaar om drie belangrijke redenen.
- Het ingewikkelde is dat met de term ‘depressie’ niet altijd hetzelfde bedoeld wordt. Het is vaak een algemene beschrijving die een divers ziektebeeld met verschillende uitingsvormen en ernst omvat. Daarnaast heeft niet iedereen hetzelfde idee welke symptomen de kern van ‘de depressie’ vormen, hoewel er zeker wel overlap zit in de concepten. De meetmethodes verschillen voor een deel omdat ze een verschillend concept van depressie vaststellen.
- In deze analyse werden 36 verschillende meetmethodes voor ‘depressie’ gebruikt. Deze zijn te herkennen aan de verschillend gekleurde bolletjes in de bubbelplot. Er zit verschil in hoe de depressie werd vastgesteld, bijvoorbeeld door vragenlijsten aan deelnemers voor te leggen, of door interviews af te laten nemen door getrainde personen, of door diagnostiek laten stellen inclusief het psychiatrisch onderzoek door een psychiater. Sommige meetmethoden kunnen gezien worden als een screening, andere methode zijn meer het vaststellen een bepaald type depressie (in een bepaalde cultuur).
- Verschillende meetmethoden meten verschillende ernstniveaus van symptomen. Sommige scoren het al als ‘depressie’ bij enkele symptomen, andere stellen alleen ‘depressie’ vast bij een zeer ernstige invaliderende ziekte.
Het is dus niet verwonderlijk dat er een duidelijk verschil zat tussen de gemeten prevalentie van depressie bij T2D en de manier van meten.
Stelling 4: De grote variatie in de prevalentie van depressie betekent dat het bewijs onbetrouwbaar is
Mythe
We zochten naar verklaringen van het verschil in de gevonden prevalentie. Een deel van de variatie kan verklaard worden door de regio en een deel door de methode hoe de depressie wordt vastgesteld. Het is jammer dat er niet meer consistentie is, want dat had de studies onderling makkelijker vergelijkbaar gemaakt. Ook was het dan bijvoorbeeld beter te vergelijken wat het verschil was in prevalentie tussen regio’s met verschillende zorgsystemen. Ondanks de beperkingen is het waardevolle informatie, die het belang onderstreept van inzet op goede zorg, waarbij bij de behandeling van T2D ook oog is voor symptomen van depressie. Zo is er potentiële winst mogelijk in zowel de algehele gezondheid van de patiënt, maar wordt ook de kans op complicaties van diabetes kleiner.
Stelling 5: De combinatie T2D en depressie levert veel nadeel op
Realiteit
Uit onderzoek blijkt dat patiënten met én diabetes én depressie, zich minder goed aan hun behandeladviezen kunnen houden, er een slechtere instelling van de glucosewaarden is, er meer complicaties van de T2D kunnen optreden, er een lagere kwaliteit van leven is, er meer gezondheidskosten gemaakt worden, en mensen minder goed in staat zijn hun werk te doen en zelfs een grotere kans op overlijden hebben.
Over Fenneke van Hasselt
Fenneke van Hasselt is psychiater in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Ze houdt zich bezig met patiëntenzorg en onder zoek. Na haar studie Geneeskunde in Rotterdam verrichtte zij promotieonderzoek in samenwerking tussen de universiteit Groningen en GGZ Westelijk Noord-Brabant, gericht op het verbeteren van de lichamelijke gezondheid van mensen met ernstige psychische aandoeningen. De studie naar T2D en depressie is een samenwerking met wetenschappers van de afdeling waar zij promoveerde. De specifieke patiëntenzorg in het ASz is ondergebracht binnen het team Aanhoudende Lichamelijke Klachten, waarbij per pati ënt gekeken wordt hoe symptomen verminderd kunnen worden. Dit gebeurt met een focus op wat de gevolgen zijn van de symptomen en vervolgens te kijken hoe de situatie van de patiënt zo kan worden geoptimaliseerd dat zoveel mogelijk herstel mogelijk is. Wat betreft wetenschappelijk onderzoek is inmiddels gestart met de inclusie van patiënten met aanhoudende pijn in spieren en gewrichten (waaronder fibromyalgie). Dit gebeurt in het kader van een studie naar de effectiviteit van de behandeling conform de recente richtlijn met onder andere EMDR-therapie als deel van een interdisciplinaire behandeling. Deze studie is mede mogelijk gemaakt door een ASz-stipendium. In het werk van Fenneke staat een brede, integrale blik centraal. Zij benadrukt dat psychische klachten altijd in samen hang gezien moeten worden met factoren zoals lichamelijke gezondheid, erfelijke kwetsbaarheid, levensgebeurtenissen en sociale context. Samen met de patiënt en het behandelteam zoekt zij naar een goed begrip van de klachten en passende behandelopties.
Bronnen
List of WHO regions. (n.d.). In Wikipedia. Geraadpleegd op 30 maart 2026, van https://en.wikipedia.org/wiki/List\_of\_WHO\_regions
Wulandari et al 2025. The burden of depression among patients with type 2 diabetes: An umbrella review of systematic reviews. Journal of diabetes and its complications, 39(5), 109004. https://doi.org/10.1016/j.jdiacomp.2025.109004




